In de middeleeuwen groeide het Leidse stadhuis uit tot een multifunctioneel gebouw. Niet alleen zetelde hier het bestuur; er werd recht gesproken, handelgedreven, gekeurd en het gebouw diende als archief. Door aankoop van aangrenzende panden werd het stadhuis in de loop van de tijd geleidelijk uitgebreid. Na het beleg en ontzet van de stad in 1574 brak voor Leiden een bloeiperiode aan. Het stadhuis werd verbouwd en van de huidige gevel voorzien. De toenmalige bouwmeester Lieven de Key was hierin bepalend. De voorkant van het stadhuis staat aan de Breestraat, zonder de grandeur van een plein. De reden is de snelle bebouwing van de stad binnen de grachten. De markten werden geplaatst aan de smalle kaden langs de Rijnarmen. De imposante renaissancegevel maakt het ontbreken van een plein meer dan goed. Er ontstond ruimte voor een plein aan de achterkant na de grote brand van 1929, waarbij het stadhuis bijna volledig werd verwoest. Alleen de voorgevel bleef gedeeltelijk overeind. Die diende als vertrekpunt voor een nieuw ontwerp. Kijkend naar de gevel bevindt zich links van de trap de roepstoel, met in de muur daarachter de maataanduidingen van de Rijnlandse voet en roede (resp. 31,4 cm en 3,77 m). /MB
HISTORISCHE FILM | Door de lens van het verleden
Speciaal voor de Open Monumentendagen stelde Sigrun Brouwer (Erfgoed Leiden en Omstreken) een compilatie samen van bijzonder historisch filmmateriaal. Deze is te zien in de hal van het Stadhuis. Laat je meenemen naar een tijd waarin de Meelfabriek volop draaide en kolen over transportbanden gleden bij de gas- en lichtfabriek. Medewerkers van de Leidse Sterrewacht maakten zich klaar voor een expeditie naar Rusland. Ook te zien: Molen de Valk in actie en de wederopbouw van Sociëteit Minerva na de brand.