Het Academiegebouw is aan het begin van de 16e eeuw gebouwd als kapel van het vrouwenklooster van de orde van de Witte Nonnen. Tijdens de Beeldenstorm van 1566 werd het interieur volledig gesloopt. Na de Reformatie van 1572 was het afgelopen met de katholieke kerken en kloosters in de stad. Het vrouwenklooster werd door het stadsbestuur in beslag genomen. In 1581 werd de voormalige kapel van het klooster geschonken aan de net opgerichte universiteit. De kapel is vervolgens veelvuldig verbouwd en aangepast ten behoeve van het universitair onderwijs, te beginnen met een splitsing in twee verdiepingen, waarbij het Groot Auditorium (op de begane grond) en het Klein Auditorium ontstonden. In 1632 werd een observatorium op het dak gebouwd (afgebroken in de 19e eeuw) en in 1670 kreeg het gebouw de nog bestaande toren met uurwerk. Bij de laatste grote verbouwing eind 19e eeuw zijn de gotisch aandoende ramen aan de zijkant aangebracht. Langs de houten trap in het Academiegebouw zijn houtskooltekeningen te zien die de moeilijke route naar het afstuderen verbeelden. De weg leidt uiteindelijk naar het Zweetkamertje, waar studenten vroeger moesten wachten op de uitslag van hun examen. Deze tekeningen zijn aangebracht midden 19e eeuw als een studentengrap. /IN