Bijna vier eeuwen was de Universiteitsbibliotheek in dit gebouw gevestigd. Nu houden het bestuur van de Universiteit Leiden en de centrale bestuursdiensten er domicilie. Omstreeks het midden van de 15e eeuw bevond zich hier het Faliede Begijnhof: een afgesloten hof met rondom huisjes en een kapel, bewoond door begijnen, dat zijn vrouwelijke religieuzen. De huisjes verdwenen maar de kapel werd vanaf 1591 geschikt gemaakt als bibliotheek van de nog jonge, 16-jarige universiteit, met zelfs een verdieping erin. Ook de afdeling anatomie werd er gevestigd, met een anatomisch theater in het voormalige koor. Een kopie hiervan is te zien in Rijksmuseum Boerhaave. Rond 1820 en 1860 vonden er weer ingrijpende verbouwingen plaats. De toren van de kapel werd gesloopt en het anatomisch theater verdween. De collectie boeken breidde zich gestaag uit en bijgevolg bleek de bibliotheek telkens weer te klein. In 1859 kreeg de bibliotheek de beschikking over het hele pand, ook over latere uitbreidingen. Begin 20e eeuw ontwierp architect J.A.W. Vrijman het nieuwere deel. In 1985 verhuisde de Universiteitsbibliotheek naar de Witte Singel. De middeleeuwse kapel is nog goed te herkennen aan haar steunberen. De bibliotheekzaal op de begane grond en het trappenhuis zijn rijk gedecoreerd met stucwerk en lambrisering.
Bezoek hier de lustrumexpositie Hora est! (klik) over de rituele maar ook eigenzinnige wereld van promoties aan de Universiteit Leiden gedurende 450 jaar. Van plechtige ceremonies tot geruststellende pedellenhumor.
Wist je dat?
… de kapel in 1861 een gietijzeren draagconstructie kreeg met idem boekenstellingen en open roostervloeren? Helaas resten alleen nog de kapspanten.Deel ons
Andere mensen bekeken ook: