De Oranjerie in de Hortus botanicus Leiden werd in 1744 gebouwd en is een van de oudste oranjerieën van Nederland. Een oranjerie is bedoeld om (sub)tropische planten, zoals citrusvruchten en agaves, te beschermen tegen de kou in de wintermaanden. Door de eeuwen heen heeft het gebouw in de Hortus deze functie behouden. De Oranjerie biedt, dankzij de grote ramen die het zonlicht optimaal benutten, een warm toevluchtsoord voor kwetsbare planten. In de 18e en 19e eeuw was het kweken van tropische gewassen een teken van status en wetenschappelijke nieuwsgierigheid. De Oranjerie diende als tentoonstellingsruimte voor deze exotische planten en speelde een belangrijke rol in de botanische studies van de Universiteit Leiden. Daarnaast stond in het middengedeelte tot 1821 een collectie Griekse en Romeinse sculpturen opgesteld, aan de universiteit nagelaten door de Amsterdamse regent Gerard van Papenbroek. Deze verzameling vormde de basis voor het latere Rijksmuseum van Oudheden. Vandaag de dag wordt de Oranjerie nog steeds gebruikt voor het overwinteren van (sub)tropische planten en biedt het gebouw in de zomermaanden ruimte voor evenementen, lezingen en workshops. Het historische pand blijft een belangrijke educatieve locatie in de Hortus en is een prachtig voorbeeld van de combinatie van wetenschap, cultuur en architectuur.