Het complex vormde lange tijd een van de grootste particuliere woonhuizen van Leiden. Aan de zijde van de Schoolsteeg stond een groot achterhuis met bouwdelen uit het einde van de 15e en het midden van de 16e eeuw. De kunststof panelen in de bestuurskamer zijn kopieën van de uit dit bouwdeel afkomstige gebrandschilderde vensters uit 1543. In 1619 onderging het achterhuis een belangrijke verbouwing, waarbij in bouwmassa de huidige situatie ontstond. Een jaar later kwam aan de Pieterskerkgracht een nieuw voorhuis tot stand. Het tussengelegen bouwdeel stamt uit het midden van de 17e eeuw. Hierin bevindt zich boven de begane grond een uit 1653 daterend cassettenplafond met geschilderde panelen van Martinus Saeghmolen (ca. 1620-1669) en op de eerste verdieping een kastenwand. De kunstenaarsvereniging Ars Aemula Naturae (ARS) kreeg in 1859 onderdak in het pand, dat toen eigendom was van Johannes Kneppelhout. Deze had het pand in 1856 al laten verbouwen om er zijn Tusschenschool voor minvermogenden te huisvesten. Met de sluiting van de school in 1922 bleef ARS de enige gebruiker van het pand. Na het overlijden van Kneppelhout kon de gemeente het pand kopen voor 1 gulden onder de voorwaarde dat de gebruikers in het pand konden blijven. /BtW, ARS